Afscheid van Sisi

Op 23 februari rond half 12 ‘s nachts hebben we Sisi laten inslapen. 17 jaar was ze, een hele mooie leeftijd voor een hond.

Hoewel Sisi tot voor kort geen echte tekenen van ouderdom toonde (geen artritis, kon nog goed zien en horen, was actief), merkte ik dat het de laatste tijd minder goed ging. We gingen steeds vaker naar de dierenarts (ook naar die van wacht), ze moest meer medicatie nemen en de vacht op haar snoet werd witter – niet raar voor een hondje van 17. Toch was het niet normaal voor ons, want Sisi heeft nooit veel gezondheidsproblemen gehad. Voor mij was ze een kranig oud omaatje dat wel 20 jaar kon worden. Daar ging ik echt voor, maar helaas heeft dat niet mogen zijn.

Sisi kwam in ons leven toen ze ongeveer 5 jaar oud was. Ze was eerst van onze toenmalige buren, maar werd slecht behandeld: haar mond zat vol rotte tanden, ze was kaalgeschoren en ondervoed… Ik herinner me nog dat ze de eerste paar dagen bij ons niet uit haar bench wou komen. Maar langzaamaan bloeide ze open en ook fysiek verbeterde ze: witte tandjes, een superzacht vachtje en een mooi rond buikje (maar niet té rond!).


Sisi als een jong dametje

Sisi stierf op 23 februari rond half 12 ‘s nachts. Het was totaal onverwachts. Ik was die dag heel moe en ging extra vroeg naar bed. Ik werd gewekt rond 11 uur door mijn zusje. Ze had een epileptische aanval waar ze niet vanzelf uit geraakte. Ik diende haar Valium toe – wat ik vroeger ook bij Butters moest doen, voor hij medicatie kreeg. Normaal zou dat snel moeten werken om haar uit de aanval te halen, maar dat gebeurde niet. Ik belde in paniek naar de dierenarts van wacht, maar op dat moment kwam ze uit de aanval. Ik besloot om toch langs te gaan met Sisi want ze was niet helemaal bij bewustzijn, ze kon niet staan en was enorm opgejaagd.

Eenmaal bij de dierenarts kwamen we tot de conclusie dat het echt niet goed ging. Ze had moeite met adem te halen, haar hartje klonk niet goed en hoeveel Valium we haar ook toedienden, ze werd maar niet kalmer. Haar rechteroog reageerde ook niet meer op het licht. Allemaal tekens dat er iets op haar hersenen aan het drukken was – wellicht een tumor.

Mijn zusje en ik hebben toen de moeilijke beslissing gemaakt om Sisi uit haar lijden te verlossen. We vonden het niet eerlijk ten opzichte van haar. Ze had al zo hard gevochten, en het zag er niet naar uit dat er verbetering op komst was. We hadden de optie om haar naar huis te nemen en haar om de 20 minuten Valium toe te dienen tot ze kalm was, maar ik wou haar niet per ongeluk een overdosis geven. De dierenarts stelde ook voor om haar aan een infuus te leggen en in een kunstmatige slaap te doen, maar ze kon niet garanderen dat ze er terug uit zou geraken. Dat was helemaal geen optie voor, want dan zou ze alleen zijn in haar laatste momenten. Ik wou haar niet naar huis nemen, haar de hele nacht zien lijden om de volgende ochtend toch tot dezelfde conclusie te komen. Dat verdiende ze niet. Sisi verdiende een waardig afscheid.

De euthanasie was minder eng dan verwacht. Het was echt alsof ze gewoon in slaap viel en het verliep allemaal heel snel en vredig. Binnen een minuut was ze weg. Heel vreemd om haar daar te zien liggen, zo klein en gebroken. Maar ik ben blij dat we allebei aanwezig waren en haar vast hielden. Ik hoop dat ze wist dat ze op dat moment niet alleen was.

We namen Sisi toen naar huis zodat Butters en de kat ook afscheid konden nemen. Heel gek – ze reageerden amper toen ze haar zagen. Even gesnuffeld en toen gingen ze weer verder met hun eigen ding. Dieren zijn simpel, volgens mijn dierenarts. Ze roken dat ze er niet meer was, en ze accepteerden dat. “Oké, je bent er nu niet meer, maar ooit zien we elkaar wel terug. Dan zijn we allebei jong en kunnen we de hele dag spelen tot we er bij neervallen!”. Was het voor ons mensen ook maar zo simpel.

De volgende ochtend zijn we naar  het dierencrematorium gegaan. Daar kregen we te horen dat we haar diezelfde avond al konden ophalen. Dat was een opluchting want ik wou haar zo snel mogelijk terug thuis hebben. Mijn zusje en ik kozen een mooie urne uit – anthracietkleurige met gouden pootafdrukken.
Die avond gingen we haar ophalen. Gek hoe er van zo’n beestje amper iets overblijft. De dame van het crematorium had ook een mooi houten plaatje gemaakt met haar naam en pootafdruk, en bezorgde ons ook een klein doosje met een paar plukjes van haar vacht (ik herkende het direct – het waren haren van op haar rug en poep).

Nu is Sisi terug thuis. Ze heeft een mooi plekje gekregen, naast mama’s urne. We zijn ook de volgende dag een fotokader gaan halen. Daarin hebben we een mooie foto van haar gestopt, eentje die ik recent nog getrokken heb. Het staat nu allemaal in onze woonkamer en dat helpt wel. Het is niet haar vast plekje op de zetel, maar het is fijn om weer een plaats te hebben waar ik naar kan kijken om haar gezichtje te zien.

We zijn nu drie dagen verder en ik heb niet veel gedaan buiten huilen. Veel huilen. Er zit echt een gat in mijn hart, een leegte. Voor mij voelt het aan alsof ik een kind kwijt ben geraakt. Nu zijn er mensen die vinden dat dat niet te vergelijken valt – maar denk er eens over na. Het was een klein beestje dat volledig afhankelijk was van mij. Ik moest haar eten en drinken geven, met haar wandelen, haar poep opruimen. Ze moest gekamd en verzorgd worden, ik moest haar medicatie toedienen en naar de dierenarts gaan als ze ziek was, en daar hoorde soms flinke rekeningen bij die je zonder nadenken betaalt. Voor mij was ze in alle opzichten een kind dat ik al 12 jaar had.

Het is heel moeilijk om te geloven dat Sisi al meer dan 12 jaar een deel van mijn leven was. Ik ben 24 – ik heb haar letterlijk de helft van mijn leven gekend. We hebben samen moeilijke maar ook mooie momenten meegemaakt. Ze was er toen mama stierf, toen ik afstudeerde, toen ik besloot om een andere studierichting te volgen. Ze stond klaar met haar kwispelende staart toen ik mijn eerste job kreeg. Ik kon haar vasthouden en huilen als ik een zware dag had. Ze was er altijd (al had ik soms de indruk dat ze niet altijd luisterde en gewoon wou slapen).

Het verdriet overvalt me op de meest onverwachtse momenten. Als ik met Butters naar buiten ga en opeens besef dat ik haar niet naar buiten moet dragen. Als ik uit de badkamer kom en het matje zie waar ze altijd ongeduldig stond te trippelen, wachtend tot ik de deur open deed voor haar. Ik loop de woonkamer binnen en ik kijk automatisch naar haar vast plekje, de linkerhoek van de zetel, maar daar zit ze niet. Het voelt gek om maar één hond te moeten voeren. Om haar niet haar medicatie te moeten geven. De absorberende pads die op de zetel lagen omdat ze een beetje incontinent werd, konden allemaal de vuilnisbak in.

Nooit zal ik meer haar ongeduldig geblaf meer horen, als ik haar niet snel genoeg haar eten gaf. Ze zal nooit meer mijn vinger proberen af te bijten, ook al had ze bijna geen tandjes meer. Als ik nu een dutje doe op de zetel, zal ze niet meer tegen de achterkant van mijn knieën komen liggen, want zo was ze zeker dat ze op tijd wakker zou worden als ik opstond (want dan was het etenstijd en dat mócht ze absoluut niet missen). Als ik nu ‘s nachts even naar het toilet moet, hoef ik niet meer even de woonkamer in te gaan om te zien of alles oké is, want ze is er niet meer.

Natuurlijk spoken er vragen door mijn hoofd. Had ik iets anders kunnen doen? Wat als ik er sneller bij was? En natuurlijk – was dit de juiste beslissing?

Uiteindelijk denk ik van wel. Het ging al een tijdje niet goed. Ze had een paar weken eerder een aanval gehad – wellicht een beroerte. Dat was een erg moeilijke ervaring. Gelukkig herstelde ze snel, maar de dierenarts waarschuwde ons dat op deze leeftijd een hersentumor vaak de oorzaak was. Daar konden we niks aan doen, en om eerlijk te zijn, woú ik dat ook niet. Ik was niet van plan om op haar 17 jaar nog onder de scanner te duwen en allerlei testen te doen, of om haar chemo te geven of te opereren. We hadden toen al beslist dat we haar zo lang mogelijk comfortabel gingen houden. Raar om dat te horen, want enkele maanden eerder werd ze nog geopereerd aan een tumor aan de melkklieren. Dat was een riskante beslissing vanwege haar leeftijd, maar uiteindelijk kwam ze er goed door en herstelde ze fantastisch snel. De melkklieren liggen dicht bij de longen en dit soort tumors zaaien vaak uit. Misschien is dit wel gebeurd? Of het was een hersentumor, of een beroerte. We zullen het nooit weten.

Enkele dagen na haar operatie eerder dit jaar. Een groot litteken maar daar merkte ze niks van!

Als ik nu terug kijk, zie ik wat voor zorgen Sisi met zich meebracht, en dat ze echt oud was. We moesten altijd absorberende pads op de zetel leggen voor het geval ze ‘s nachts haar urine niet meer kon inhouden. Daarvoor kreeg ze medicatie die om de 8 uur toegediend moesten worden. Dat betekende dat ofwel mijn zusje, ofwel ik iedere avond tot zeker half 1 wakker moesten blijven om haar de medicatie te geven. Dat is niet altijd gemakkelijk, zeker als je een lange dag hebt gehad en vroeg in je bed wilt kruipen.
Sisi moest ook altijd naar buiten gedragen worden om haar behoefte te doen want ze kon niet goed lopen op de kiezelsteentjes. Haar poepje moest regelmatig gewassen worden, ze kreeg speciaal (en duur) voer ter ondersteuning van haar nieren. Ze kon niet de hele dag alleen gelaten worden omdat ze op tijd naar buiten moest, dus moest ik soms ‘s middags naar huis komen van het werk.

Begrijp me zeker niet verkeerd – we deden dit allemaal zonder te klagen en met veel liefde, het was deel van onze routine. Maar nu dat weggevallen is, besef je hoeveel zorgen ze nodig had en dat ze toch echt oud geworden was, ook al was dat moeilijk te geloven als je haar zo zag rondspringen.

Dus nu zijn we maar met z’n vieren; mijn zusje, ik, Butters en de kat. Het is echt aanpassen, want ik betrap mezelf vaak dat ik nog steeds over ‘de honden’ spreek, terwijl er nu nog maar eentje is. Of dat ik een paar restjes van mijn eten aan de kant leg voor haar. Mijn zusje staat uit gewoonte op rond 16u omdat Sisi dan altijd haar medicatie moest krijgen, om dan te beseffen dat dat niet meer moet.

We hebben haar potje opgeruimd en haar eten en medicatie terug aan de dierenarts gegeven. Ze had geen speelgoed om mee te spelen want haar favoriete activiteit was slapen. Ik merk dat de hond en kat niet in haar hoekje gaan liggen. Vooral de kat heeft het daar moeilijk mee denk ik, want ze sliepen altijd samen op de zetel.

Nu begint het genezingsproces. Het zal enorm wennen worden. Een beestje dat je 12 jaar hebt, daar geraak je niet over binnen een paar dagen. Maar we doen ons best. Mijn zusje en ik hebben veel gepraat en halen al leuke herinneringen op. Sisi had niet gewild dat we lang triestig zouden blijven, denk ik.

Sisi, je was echt de beste hond ooit. Je was altijd benieuwd naar nieuwe mensen en hield van de aandacht die je dan kreeg. In de auto ging je braaf liggen en genoot je van de rit. Je at altijd je eten netjes op, ook al was het wéér dezelfde kost zoals altijd (en vaak ging je nog het potje van je broer uitlikken). Je blafte nooit bij de dierenarts en deed nooit moeilijk, in tegenstelling tot Butters. Iedereen zag je graag, ze wilden je fluffy vacht aanraken en over je kopje aaien. Iedere keer als ik zei hoe oud je was, viel iedereen achterover want je was nog zo ongelofelijk kwiek!

Sisi, ik ga je grote ogen missen, die altijd geïrriteerd naar me keken als ik te luid was. Ik mis dat roze tongetje dat altijd uit je mondje hing. Ik mis je geblaf, je gesnurk, en zelfs het geluid van het likken van je pootjes. Ik mis je zachte vacht, je rond lijfje, je grote oren.

Ik mis vooral de onvoorwaardelijke liefde die je me gaf. Je oordeelde nooit en hield oneindig veel van me. Je luisterde als ik mijn hart wou luchten en keek dan met die grote ogen van je naar me, alsof je wou zeggen dat alles wel goed zou komen. Ik mis het feit dat je altijd over de zetel rende om mij te begroeten, iedere avond als ik terug kwam van  het werk.

Sisi, je bent nu in een betere plek, maar mijn wereld is een stuk donkerder zonder jou.

Sisi             09/11/1999   –   23/02/2017

Share the love!Share on FacebookShare on Google+Pin on PinterestTweet about this on TwitterEmail this to someone

Leave a Reply